Franca Treur: ‘Schrijven maakt je kwetsbaar’

Verschenen in Vogue, januari 2014

Franca Treurs geluk ligt voor het oprapen. Alle ogen zijn gericht op haar nieuwe roman én de verfilming van haar debuut Dorsvloer vol Confetti.’

Franca Treur (34) leidt als succesauteur een leven van uitersten. ‘Vaak zit ik hele dagen afgezonderd te schrijven, dan lees ik weer voor op buitenlandse literaire festivals waar ik dineer met ambassadeurs.’ Vier jaar geleden maakte ze furore met haar debuutroman Dorsvloer vol confetti. Het autobiografisch geïnspireerde verhaal over een meisje dat opgroeit in een gereformeerde boerenfamilie in Zeeland kreeg lovende kritieken, is bekroond met de Selexyz Debuutprijs, genomineerd voor de AKO Literatuurprijs en werd een regelrechte bestseller. Toch moet ze de status van topauteur nog verdienen, vindt ze. ‘Het was mijn eerste boek – mensen vragen zich juist nu af: is ze écht zo goed?’

Haar nieuwe roman zou eigenlijk over de liefde gaan, maar schrijven volgens een vooropgezet plan ligt Treur niet – plot en personages ontvouwen zich al schrijvende. De woongroep ontpopte zich tot een verhaal over de zoektocht van jonge stedelingen naar de zin van het bestaan. Treur: ‘Als je gelovig bent, is het eenvoudig: je bent op aarde om God te dienen. Maar religie is verbonden met macht, onvrijheid en onderdrukking; allemaal dingen waar ik niet van hou. Als je het geloof achter je laat, ontstaat vanzelf de vraag: waarom leef ik dan?’

Op 25-jarige leeftijd verhuisde Treur naar Nijmegen voor een postdoctoraal jaar filosofie, daar kwam ze terecht in een idealistische woongroep. ‘Ik heb er niet helemaal mijn draai kunnen vinden. Ik ben niet idealistisch aangelegd. Daarvoor moet je zwart-wit kunnen denken – ik zie van veel dingen ook de keerzijde.’ Die tijd vormde de inspiratie voor De woongroep, een psychologische roman die ons meevoert in de worsteling van Elenoor, een freelance communicatiemedewerker die op zoek is naar iets groters dan zichzelf en haar redding hoopt te vinden in, jawel, een idealistische woongroep. ‘Maar’, merkt ze meteen op. ‘Ik ben niet Elenoor. Haar zoektocht is totaal anders dan de mijne – ook de uitkomst is dat – Elenoor is veel onzekerder over haar eigen talent.’

Elenoor wil iets betekenen, gezien worden, net als Treur. ‘Ik vind het knap als mensen genoegen nemen met het vinden van de leukste aanbiedingen in de supermarkt. Daar moet je een innerlijke rust voor hebben. Die heb ik niet; schrijven is heel onrustig. Ik schrijf deels om iets van mezelf te laten zien, maar dat maakt me ook kwetsbaar. Ik leef in voortdurende angst of ik wel goed genoeg ben. Maar die angst ontneemt me het plezier van het schrijven gelukkig niet.’

Komend najaar gaat de verfilming van Dorsvloer vol confetti in première. ‘Dat ik met mijn roman een regisseur als Tallulah Schwab heb weten te inspireren tot een nieuw kunstwerk is fantastisch.’ Franca Treur leeft haar schrijversdroom en geniet nog het meest van de vrijheid die daarbij hoort. Sterker nog: die vrijheid is haar heilig. ‘Het is heel makkelijk om vrijheid te verspelen, om ergens in te rollen waar je van alles moet, zoals een gezin. Ik realiseer me dat ik mezelf dingen ontzeg door mijn vrijheid te beschermen. Maar dag en nacht kunnen schrijven is een luxe. Daar heb ik het voor over.’