Drogreden van de Maand (6)

Verschenen op torpedomagazine.nl, 26 februari 2012

Iedereen begaat wel eens een drogreden. Maar dat maakt het niet minder leuk om mensen erop te betrappen. Claudia Ruigendijk signaleert elke laatste zondag van de maand een opvallende drogreden in de media. Deze maand: de werkelijke (drog)redenen achter het meldpunt Midden- en Oost-Europeanen.

Nederland Klaagland is dol op meldpunten. Gal spuien, daar zijn we goed in. De PVV speelde hier deze maand slim op in, met de lancering van het meldpunt Midden- en Oost-Europeanen. Een boel ophef en spitsvondige nieuwe meldpunten waren het onvermijdelijke gevolg. Precies wat de PVV nodig had, want waar de SP in 2005 vrijwel ongemerkt een meldpunt Oost-Europeanen opende om inzicht te krijgen in de concurrentievervalsing die de grote toestroom Oostblokkers mogelijk veroorzaakt, wist de PVV op haar meldpunt in drie weken tijd maar liefst 46.000 klachten over deze alcoholverslaafde, luidruchtige banenpikkers binnen te halen. Hoe doen ze dat toch?

Volgers

Meestal zo: de PVV neemt een al dan niet bestaand probleem, blaast dit vervolgens op tot ongekende grootte, en gaat dan heel hard roepen dat zij de enige is die bereid is om er iets aan te doen. Werkt als een tierelier. Als iemand zegt dat hij een oplossing heeft, nemen de meeste mensen namelijk gewoon aan dat er een probleem is. Zo wist de PVV al vele volgers aan zich te binden.

Maar niet iedereen is zo volgzaam. De antivolgers van de PVV redeneren precies omgekeerd: als de partij iets roept, zijn zij het er bij voorbaat niet mee eens. Het andere uiterste, en daarom minstens zo bezwaarlijk. Willen we met recht bepalen of we het MOE-meldpunt boycotten, dan moeten we de woorden van de PVV toch echt eerst aan een analyse onderwerpen. Ook al zegt ons onderbuikgevoel misschien dat dat niet hoeft.

Problemen

Op het meldpunt staat dat ‘de PVV als één van de weinige partijen vanaf het begin tegen de openstelling van de arbeidsmarkt voor Polen en andere MOE-landers was’. En, nu komt het, dat ‘gezien alle problemen die samengaan met de massale komst van met name Polen, die opstelling terecht is gebleken’.

Al die problemen worden daarna expliciet gemaakt. Het gaat om ‘overlast, vervuiling, verdringing op de arbeidsmarkt en integratie- en huisvestingsproblemen’. En daar moest een meldpunt voor komen, want ‘voor veel mensen vormen deze zaken een serieus probleem. Klachten worden echter vaak niet gemeld, omdat men het idee heeft dat er toch niets mee wordt gedaan’. Tja, wat kun je daar nu nog tegenin brengen, behalve een meldpunt Overlastgevende PVV’ers?

Non-argumentatie

Om te beginnen kun je het bestaan van de problemen in twijfel trekken. Er zijn immers ook mensen die beweren geen overlast te ondervinden en dat onze arbeidsmarkt volledig zou instorten zonder MOE-landers. Het is hun woord tegen dat van de PVV. Wie heeft er nu gelijk? Misschien wel allebei. Dit is namelijk typisch zo’n ‘het een sluit het ander niet uit’-geval. Waar de een klaarblijkelijk overlast ervaart, doet de ander dat niet. Laten we er nu voor het gemak dus even van uitgaan dat de problemen waar de PVV op doelt – hoe klein of groot ook – werkelijk bestaan.

Maar hoe kon de PVV beweren dat het groot probleem betreft, voordat zij dit meldpunt lanceerde? Uit het rapport ‘Arbeidsimmigratie in Goede Banen’ waar MOE-meldpuntinitiatiefnemer Ino van den Besselaar zijn handtekening onder zette, blijkt in ieder geval dat de overlast van MOE-landers slechts een klein probleem is. Bovendien zijn die 46.000 klachten pas binnengekomen toen het meldpunt al bestond.

Voor nu kunnen we daarom niet anders concluderen dan dat de PVV met dit initiatief slechts naar haar eigen onderbuikgevoelens heeft gehandeld, en gedacht heeft dat deze mogelijk ook onder haar volgers leven. In de argumentatieleer heeft dat een naam: de pathetische drogreden. Oftewel: de sentimenten van het publiek bespelen. Oftewel: non-argumentatie. En met deze drogreden wist de partij de ernst van de problemen wel heel gemakkelijk als algemeen uitgangspunt te presenteren, door op voorhand aan te nemen dat er veel slachtoffers zijn die voorheen ook nog eens nergens terecht konden met hun klachten. En dat is ook een drogreden.

Groot succes

Maar de onderbuikgevoelens van de PVV blijken achteraf wel te kloppen, kun je hier dan tegenin brengen. Dat is helaas achterafgepraat. De partij kon op deze manier immers alleen met terugwerkende kracht concluderen dat het meldpunt een groot succes is, waarbij we dan moeten aannemen dat 46.000 klachten – 0,2 procent van de bevolking – genoeg is voor het stempel ‘groot’. Om over ‘succes’ nog maar te zwijgen, want wat weten we nu eigenlijk? Niet meer dan we al wisten, namelijk dat er een klein probleem is. Een meldpunt lijkt vooralsnog dus niet de oplossing. Maar misschien is ook dit slechts een onderbuikgevoel. De teller loopt.