24 kilometer vergeten boeken in de kelder

Verschenen in het Parool, PS Kunst, 4 november 2009

De boeken die u bij de Openbare Bibliotheek uit de kast kunt trekken, zijn slechts het topje van de ijsberg. In de kelder liggen kilometers ongelezen en verboden boeken.

“Elke journalist begint altijd direct over Mein Kampf. Het zou jammer zijn als je daar het hele verhaal aan ophangt, want er ligt zoveel dat vele malen interessanter is.” Dat zegt Leo Willemse, Medewerker Informatievoorziening en auteur van het wekelijkse boekenblog van de OBA. Zijn collega Ton van de Laar is het met hem eens.

Opmerkelijk is wel dat op de eerste pagina van het enige exemplaar dat de OBA in bezit heeft, met rode pen geschreven staat:

Zorgvuldig behandelen!!! Is onvervangbaar.

Goed, de OBA heeft dus meer te bieden dan Mein Kampf. Jammer genoeg zijn de meeste bezoekers zich alleen niet bewust van het aanbod, vertelt Van de Laar. Al die kilometers boeken en tijdschriften op -2, inclusief die in de kluis, zijn voor iedereen opvraagbaar. Maar van de 1,8 miljoen bezoekers per jaar, maken er nog geen 10.000 van deze gelegenheid gebruik.

Daardoor zien edities van de Letterkundige Atlas onder redactie van Jan ten Brink (1886) en De Hollandsche Spectator (1734) maar zelden het daglicht. Net als het technische tijdschrift Radio Elektronica uit 1950, met daarin de memorabele advertentie: bouw uw eigen koelkast, bouwtekening te bestellen voor fl. 0,95.

Ook de dozen met niet-gebonden boeken uit de bibliotheek van het Museum voor Kunstnijverheid in Haarlem worden zelden opgevraagd. Dit museum sloot begin jaren twintig van de vorige eeuw zijn deuren en schonk de gehele boekencollectie aan de OBA. En het meest bijzondere boek dat in de bibliotheek te vinden is: het sprekende prentenboek: een nieuwe uitspanning voor de lieve kleinen, een prentenboek uit ca. 1880 met ingebouwd geluidsmechanisme? Niemand die het kent.

In de Kluis staan ook boeken die wellicht bekender in de oren klinken. In de Reve-Vestdijk-Carmiggelt-etc.-kast staat een bijzondere eerste druk van De Avonden, het lievelingsboek van Van de Laar, die naast Medewerker Informatiedienstverlening beheerder is van de Gerard Reve-collectie. Het boek waar OBA-directeur Hans van Velzen het meest trots op is, staat in diezelfde kast. Dat is een zeldzaam exemplaar van Vestdijks Juffrouw Lot, compleet met buikbandje met de tekst winnaar Nobelprijs van de literatuur. Dit was een inschattingsfoutje van de uitgever, die – op tien na – alle exemplaren met buikbandje liet terughalen.

OBA-leden mogen vrijwel alles wat in het Magazijn staat gewoon lenen. De zeldzame en zeer oude boeken uit de Kluis kunnen alleen worden ingezien, net als de verboden werken Mein Kampf en het bommenreceptenboek. En voor inzage hoef je niet eens lid te zijn: een legitimatiebewijs is voldoende.

Deze vrijheid van informatie was jaren geleden nog in het geding, want waarom zou een bibliotheek wel het recht hebben om verboden boeken ter beschikking stellen? De OBA zou daarom de namen van mensen die dit soort boeken opvragen, moeten doorgeven aan de politie. Maar daar stak de directeur – met succes – een stokje voor. Willemse: “Terecht, want dat is in strijd met waar de bibliotheek voor staat: alle informatie moet voor iedereen beschikbaar zijn. Bovendien komt een terrorist die een bom wil maken hiervoor waarschijnlijk echt niet naar de Openbare Bibliotheek.”

Dat er zoveel boeken in het Magazijn zijn opgeborgen, heeft één simpele reden: de OBA gooit zelden iets weg. Van bijna alle boeken van oorspronkelijk Nederlandse auteurs, bewaart de Openbare Bibliotheek één exemplaar. Ook staat een van de grootste kunstboekencollecties van Nederland beneden. Delft heeft bijvoorbeeld de grootste collectie technische boeken, omdat de Technische Universiteit daar baat bij heeft. En omdat het Conservatorium in Amsterdam staat, heeft de OBA juist weer de grootste collectie bladmuziek.

“Het Magazijn van de OBA mag dan het grootste van Nederland zijn, het meeste van wat er staat is oninteressant voor het grote publiek”, zegt Willemse. “De grootste vraag gaat uit naar bestsellers en andere recente boeken. Die staan dus boven.” Dat neemt niet weg dat Willemse en Van de Laar het jammer vinden dat de meeste boeken in het Magazijn staan. Van de Laar: “Boeken die minder worden uitgeleend, verdwijnen na verloop van tijd in het Magazijn en mensen nemen vaak de moeite niet om boeken op te vragen. Hierdoor worden veel schrijvers langzaam maar zeker vergeten.”

Om te voorkomen dat boeken in vergetelheid raken, hebben de Openbare Bibliotheek Den Haag en de Stadsbibliotheek Haarlem hun archieven opengesteld voor publiek. Maar voor Amsterdam zit dat er niet in, ook in de toekomst niet. De locatie van het Magazijn leent zich daar niet voor, zeggen Willemse en Van de Laar. Het is dan ook een vrij ontoegankelijke ruimte die vol staat met compactstellingen en alleen – via de back office met een trap bereikbaar is: de enige lift is een boekenlift. Daarnaast is het Magazijn ook niet de aantrekkelijkste ruimte voor publiek. Door de geur van de vele boeken waan je je alleen met je ogen dicht in een monumentaal pand, maar de witte muren en lichtgrijze stellingkasten maken vooral een kille, klinische indruk.

Bovendien was de reden om het Magazijn zo ver onder de grond te stoppen onderdeel van de missie van directeur Van Velzen: informatie, educatie en cultuur toegankelijk maken voor alle Amsterdammers. Die missie kon hij alleen voltooien door met zijn tijd mee te gaan. Dit betekende dat een deel van de boeken plaats moest maken voor andere media en diensten, zoals een expositieruimte, een theater, honderden computers, een leescafé en een restaurant.

De kritiek dat de extra diensten ten koste gaan van de oorspronkelijke functie van een bibliotheek, namelijk het uitlenen van boeken, vindt Van Velzen onterecht. Van Velzen: “Het klopt wel, maar ik zie dat juist als een positieve ontwikkeling. Op de Prinsengracht renden mensen alleen in en uit om een boek te lenen of terug te brengen, en dat werden er per jaar steeds minder door de opkomst van het internet. In de nieuwe bibliotheek blijven mensen gemiddeld veel langer en ook is het aantal bezoekers per dag enorm toegenomen.”

Toch merkt Van Velzen dat de bezoeker relatief weinig gebruik maakt van de diensten die de plaats van de boekenkasten hebben ingenomen. Behalve van de computers dan: die zijn de hele dag bezet. Maar mensen gaan bij binnenkomst direct de roltrap op, terwijl hij ze liever eerst rechtsaf ziet slaan, naar de expohal. Van Velzen: “Voor mij is de OBA ons eigen Centre Pompidou. Amsterdam moet daar alleen nog achter komen.”

Feiten en cijfers

De eerste openbare bibliotheek van Nederland staat in Utrecht en stamt uit 1892. Daarvoor bestonden er geen plaatsen waar iedereen boeken kon lezen en lenen, maar alleen Koninklijke en universiteitsbibliotheken. De eerste Amsterdamse Openbare Leeszaal en Bibliotheek (nu OBA) bestaat dit jaar 90 jaar en is daarmee een van de jongere openbare bibliotheken van Nederland.

Tot 1970 bestond er in de Centrale Bibliotheek geen open opstelling: niemand kon zelf boeken uit de kast pakken, dat mocht alleen de bibliothecaris. De OBA is de enige openbare bibliotheek ter wereld die 7 dagen per week van 10 uur ’s ochtends tot 10 uur ’s avonds geopend is.

De bibliothecarissen van de OBA heten tegenwoordig Medewerkers Informatiedienstverlening. Dat is omdat de OBA nu meer diensten verleent dan alleen het uitlenen van boeken.

Per jaar leent de OBA 4,5 miljoen boeken uit. De meest uitgeleende boeken zijn populaire romans en reisboeken. Een aantal jaar geleden werden opvallend veel boeken over anorexia geleend. Nu zijn boeken over ADHD koploper in de categorie boeken over ziektes en aandoeningen.

In 1993 waren boeken over dinosaurussen het populairst bij de jeugd. Dit was het jaar dat Jurassic Parc uitkwam. 2009 Is het jaar van Geronimo Stilton: in één dag werden op de jeugdafdeling 250 nieuw aangeschafte boeken van deze schrijver uitgeleend.

Sinds een paar jaar worden steeds meer zelfhulpboeken geleend. Het aantal geleende spirituele, antroposofische boeken is juist afgenomen.